Mijn reis van traditie naar levend geloof

Het beeld dat ik had van God als kind werd bepaald door de katholieke kerk. En het was zo in de katholieke kerk dat de pastoor een hele centrale rol innam. En God was eigenlijk heel ver weg. De pastoor stond tussen mij als zeg maar katholieke persoon en God in. En hij vertelde wat belangrijk was vanuit Gods oogpunt. Het beeld dat ik van God had werd eigenlijk gevormd door wat ik in de katholieke kerk meekreeg, door de pastoor. En dat was een vrij afstandelijke God, een straffende God. De pastoor zei als katholiek leef je een middelmatig leven en je zondigde en voor mij was dat gaf een heel negatief beeld.
Als kind heb ik gebiecht en dan ging je naar zo'n huisje toe. De ene helft van het huisje zat dan de pastoor, de andere helft zat jij dan, er zat een wand tussen. Op een gegeven moment ging er een luikje omhoog en dat luikje daar daar zat dan nog een raster tussen jou en de pastoor en dan ging je vertellen wat je zonden waren. Ja, dat dat was eigenlijk een hele donker verhaal, heel donker allemaal en de zonde vertelde je in het donker. Ja, daarna was jouw jouw boetedoening was dat je een aantal weesgegroetjes en een aantal onze vaders moest bidden en dan waren je zonden je vergeven. Maar eigenlijk was de de de pastoor had daarin de cruciale rol, want hij was degene die het kon doen. Hij was eigenlijk het intermediair tussen God en zeg maar de normale katholiek.
Ik herinner me nog dat ik in mijn puberteit een keer aan mijn ouders de vraag gesteld heb van hoe kom je nou in de hemel? Nou, iedereen zondigt. Dus niemand komt direct in de hemel, behalve Jezus. Je moet voor je zonden boete doen, dus je gaat het vagevuur in. Daar worden je zonden weggebrand en na verloop van tijd, afhankelijk van hoe erg je zonden waren, ging je door naar de hemel. Dat is het beeld dat ik had van de hemel als eindbestemming. De Bijbel in de katholieke kerk wordt wel gebruikt, voornamelijk door de pastoor in de eerste en de tweede lezing, waarin hij een kort fragment vaak neemt uit de Bijbel en daar uitleg op geeft hoe mensen dat in hun dagelijks leven kunnen gebruiken. Maar de Bijbel zelf als katholiek heb ik die niet gelezen of niet of nauwelijks gelezen. Werd ook niet gestimuleerd.
In de jaren '70 begon de katholieke kerk in het zuiden van het land leeg te lopen. Op dat moment dat er echt een grote leegloop was, zei de pastoor: "Als je 's zondags niet naar de kerk gaat, ga je naar de hel." Wow, ik was toen 12, 13, 14 jaar oud en de pastoor zei dat. Wow, dat maakte echt diepe indruk op mij. Maar tegelijkertijd wist ik heel diep in mij dat het gewoon niet waar was. Maar omdat de pastoor het zei, had ik dus een hele grote conflict daarmee. Dus de pastoor had een hele belangrijke rol. Ik zie het ook bij mijn ouders. Mijn ouders waren teleurgestelde katholieken, zo noem ik ze. Omdat zij altijd van de pastoor te horen hadden gekregen hoe ze moesten leven en toen de pastoor in de jaren '70 zei: "Nu mogen jullie het zelf doen," toen voelden ze zich bedrogen omdat al die jaren hadden de de pastoor hele precieze leefregels gegeven die toen vrijgegeven werden. En voor hun was het iets van: "Ja, het kan niet eerst zijn dat we volgens alle regels moeten leven en dat dan ineens vrij is, dan klopt er iets niet."
Toen ik in de katholieke kerk zat, had je de geloofsbelijdenis. En het was bijna wekelijks dat ik dit uitsprak en het was: "Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt, maar spreek en ik zal gezond worden." Nou, op dat moment betekent dat: "Ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt." Dit onderstreept dat God ver weg is. Dus op als je dit uitsprak, nam je eigenlijk door die geloofsbelijdenis afstand van God, want je zei: "Ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt."
Tot mijn 8e heb ik in Australië gewoond. En daar was het zo, omdat het Australië is, had je daar een een Australische scholen, had je een pakje aan. Dus de de zondagsdienst zat dus in mijn stropdas zat ik in die kinder, dat vond ik fantastisch als kind. Maar ik weet nog, de de non die die die die dienst leidde, vertelde dat je als kind vlekjes op je hart had en witte je had een wit hart, maar je had allemaal vlekjes erop van alle zonden en daardoor ging je niet naar de hemel, kon je niet naar de hemel gaan. En toen ze dat vertelde, ik weet nog, de zon scheen links schuin of voor op mij en ik wist op dat moment dat God bestond. En ik kan het niet vertellen waarom, maar ik wist gewoon helemaal in mijn hele gevoel, hart, verstand, lichaam, alles, wist ik: God bestaat. Dat was eigenlijk een een belangrijk punt in mijn leven. Daarna ben ik tot mijn 14e gedwongen naar de kerk gestuurd door mijn vader, want ik moest naar de kerk gaan. Het beeld dat ik dus van van van God had, was al die jaren wel heel afstandelijk. Ik kende God niet en ik wist ook niet dat er meer bestond dan wat ik geleerd had.
De hersenbloeding van mijn moeder
In 1991 kreeg mijn moeder een hersenbloeding. En in crisissituaties leer je echt wel om te bidden. En ik zat toen in het ziekenhuis en mijn moeder was op intensive care. Het gebeurde op vrijdagavond en voordat je behandeld wordt is het pas maandag. Dus die nachten, vrijdagavond, zaterdagavond, zondagnacht, zat ik de hele nacht bij mijn moeder en ik zat toen echt te bidden van: "Heer, als U mijn moeder helpt, dan geef ik mijn leven aan U." Dat is wat ik zat te bidden. Mijn moeder moest daarna een hele zware operatie ondergaan, heel heel risicovol en ze kwam eruit zonder wat dan ook. Het was echt een wonder. Ik was net een eigen bedrijf begonnen, ik ging verder met mijn leven. En op dat moment was ik druk daarmee bezig. Ik was eigenlijk die hele afspraak, mijn toezegging helemaal vergeten. Dus ik ging wel bidden, maar ik verwachtte geen antwoord. Snap je? Ik kom ook wel mensen tegen, katholieken die bidden tot God en die antwoord krijgen. Maar het grootste deel van de mensen die ik ken zelf, verwachten niet een antwoord.
Een persoonlijke relatie met God
Toen ik jongvolwassen was, dacht ik van mezelf: "Het zit wel goed." Ik ben niet zo fanatiek in het geloof, ik ga niet naar de kerk meer en zo, maar ik geloof in Jezus. Als ik op dat moment dood zou gaan, nou, naar mijn beleving zou ik wel in de hemel komen. Omdat ik woonde in een katholieke dorp, kon ik vanuit de dorp had je eigenlijk weinig contact met anderen, want eigenlijk was het hele dorp katholiek. Dus je had buiten de dorp ook weinig contact met anderen. Pas toen ik ging studeren, kwam ik iemand tegen, werd later een studievriend, die uit de protestante kerk kwam en daardoor zag ik: "Hé, er is meer dan dan alleen wat ik wat ik ooit gehoord heb in de katholieke kerk." We spraken ook over het boek Handelingen en ik wist het boek Handelingen, eerste boek eigenlijk waar waar de eerste kerken bezig zijn, hoe het daaruit zag en hoe het vorm gekregen had en ik had daar best wel wel interesse voor, ik dacht: "Ja, dat is fantastisch zoals het toen werkte." En hij vertelde me dat er een kerk was in Hoofddorp die een aantal van die dingen in praktijk bracht. En op dat moment zei God tegen mij: "Daar moet je naartoe gaan." Ik wist: "Ik moet naar die kerk gaan." Dus ik ging naar die kerk toe en daar hoorde ik voor het eerst over de persoonlijke relatie die je met God kon hebben en dat was een hele openbaring voor mij. Wow, een persoonlijke relatie met God. Ik kan rechtstreeks bidden met God, hoef niet meer te biechten. Wow, fantastisch. Ja, dat was toen dat was toen voor mij een hele openbaring dat dat dat dat dat mogelijk was. En toen is mijn geloofsleven in in stappen als maar dieper gegaan. Toen heeft God mij echt meegenomen, toen heb ik God leren kennen en ik leerde ook hoe belangrijk het is om om met andere gelovigen fellowship te hebben, om gemeenschap te hebben, om dingen te delen. En maar ook, heel belangrijk, elkaar te helpen en elkaar te wijzen op zonde. En dan is het hele belangrijke erbij niet van: "Oh, je bent een zondaar," maar in liefde.
De doop
In die kerk leerde ik mijn vrouw kennen. Vier jaar later zijn we getrouwd. Toen we in die kerk zaten, vroeg één van de kerkoudsten of we een Bijbelkring wilden gaan leiden voor vluchtelingen. En toen gingen we bidden van: "Ja, wil God dit?" En toen kregen we bevestiging en toen dachten we: "Oké, dan gaan we dat doen." Dus toen zijn we begonnen met een Bijbelkring. Om één of andere reden in het begin, vlak voordat we begonnen, spraken we met elkaar en toen zeiden we tegen elkaar van: "Nou, ik hoef niet gedoopt te worden, want ik ben als kind al gedoopt." En zij zei exact hetzelfde tegen mij. En wij dachten: "Nou, het zit wel goed, want het is iets symbolisch, dus klaar, hè." Maar ja, toen moesten we aan die vluchtelingen gaan uitleggen van waarom ze gedoopt moesten worden. Dan ga je brief Romeinen lezen, maar ook andere brieven lezen. Maar ook Jezus. Jezus liet zich dopen, die ging naar Johannes de Doper toe en zei: "Hé joh, jij moet mij dopen." En toen zei Johannes de Doper: "Nee nee, ik ben niet waardig om jouw schoenen om jouw sandalen los te maken." En toen zei Jezus: "Nee, je moet je dopen." En eigenlijk al die dingen bij elkaar en dan is het ook de Heilige Geest die zegt, bewust maakt: "Je moet je bewust laten dopen. Het is tussen jou en God." En als kind, ik weet als baby werd ik gedoopt in mijn familie. Dat was traditie. En ik weet dat mijn ouders dat met de beste bedoelingen gedaan hebben en daar heb ik ook respect voor. Maar het is niet iets wat in de Bijbel staat. De Bijbel staat heel duidelijk dat je die bewuste keus maakt om je te laten dopen. Na een half jaar was het zo dat mijn vrouw en ik tegen elkaar zeiden: "Ik denk dat ik gedoopt moet worden." Wij wisten gewoon dat we gedoopt moesten worden allebei en ik zei exact hetzelfde tegen haar. Daarna werden we dus allebei ook gedoopt. En daarna ging God weer verder met ons aan het werk.
Kickstarten
Toen kwamen we in 2014. Mijn vrouw vond het heel leuk om voor de televisie te gaan zitten om met de computer daaraan allerlei evangelisten te gaan zoeken. Dirk Prins had ze gevonden, maar een hele hoop, er is best wel veel te vinden. Maar ze vond ook iemand uit Denemarken, een evangelist. Toen heeft God ook bij mijn vrouw en mij gezegd van: "Hé, dit is voor jou." En het was zo, toen wij al die afleveringen bekeken hadden, toen hadden we iets van: "Wow, is dit echt?" Want ja, die die man die zei van: "Ja, je kunt handen opleggen." Handen opleggen, dat doet de pastoor, dat de pastoor, ik ken niet de pastoor deed, maar als iemand dat zou moeten doen, was ik daar niet voor gekwalificeerd. En mijn vrouw en ik hadden zoiets van: "Wow, is dit echt? Of is het een of andere sekte of is het iets satanisch of wat dan ook? Iets wat niet goed is." Dat was echt onze onze gedachte. Toen hebben we eerst onze voorganger aangesproken en wat wil? Hij kende Torben Søndergaard, want dat is de naam van de evangelist. En hij vertelde van hij had niets onbijbels kunnen vinden in wat hij gezien had. Toen hadden we zoiets van: "Wow, nou, dat was een bevestiging." Toen zijn we in februari 2015 zijn we in de auto gestapt, zijn we een heel weekend naar Denemarken gegaan om gekickstart te worden. Zo heet dat dan, kickstarten. Kickstarten houdt in dat je uitgaat, dat je onder mensen gaat en dat je over God gaat praten, dat je gaat evangeliseren. Waar je ook op kunt rekenen is dat de Heilige Geest dan ook wonderen doet. Was dat echt dat de Heilige Geest door mij kon? Ja, het gebeurt echt. Die persoon wordt echt genezen, want die persoon staat er dan volledig voor: "Wow, de pijn is weg of ik kan mijn arm weer of ik kan weer meedoen." Ongelooflijk. Dat was een hele openbaring om te zien dat God door zeg maar gewone gelovigen kan werken.
Mijn passie is nu om God te dienen en en mensen te vertellen dat God bestaat, mensen te vertellen van: "Hé, je gaat een ander leven leiden." En ga je die persoon vertellen van: "Hé joh, God wil met jou een relatie hebben, want zo zijn we gemaakt." Toen ik in mijn jeugd in de kerk kwam, dacht ik van: "Ik krijg een relatie met God op het moment dat ik doodga en naar de hemel ga." Maar daarvoor niet. Ik leerde dat ik nu al bij leven een relatie met God kan hebben. Dat was voor mij ook heel nieuw. Dat dat ook paste ook niet in mijn beeld. Want ik leerde: "Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt," dus ik verwachtte niet een relatie met God te kunnen hebben. Dat is wat ik later leerde. Dat maakt het fantastisch. Dus als je mij nu vraagt wat ik het liefste doe, dat. Mensen vertellen over God.
Het zou heel fijn zijn als God je aanraakt door mijn verhaal. Maar je moet niet geloven. Ga maar zelf onderzoeken of God echt bestaat. Ga maar zelf in de Bijbel lezen. Ga maar God vragen wat Hij wil. Ga maar zelf ontdekken in de Bijbel dat Hij van je houdt. Dan ga je op een heel bijzondere reis. Je zult God leren kennen. Je zult zijn liefde leren kennen, je zult zijn rust leren kennen. Maar dat moet ik er eerlijk bij vertellen, je zult ook hele onplezierige dingen gaan meemaken. Je zult door familie, vrienden, kennissen afgewezen worden. Ze zullen zeggen dat je veel te fanatiek bent en dat je bent doorgeschoten en dat het allemaal niet klopt. En ze zullen dingen over je zeggen die niet waar zijn. En dat staat ook in de Bijbel. Jezus zegt tegen zijn volgelingen: "Neem je eigen kruis op en volg mij." Dat zul je ook meekrijgen. Maar je zult tot in elke detail in je hele leven, in je ziel en je hart weten dat je een kind van God bent. En daar zal God jou de kracht voor geven om te leven als zijn kind.


Reacties